Uitblijven reactie op klachten van burger met betrekking tot (riool)water- en stankoverlast door Uitvoeringsorganisatie Openbare Werken

Aangepast:

Verzoeker heeft op 19 juni 2025 de Ombudsman van Curaçao
verzocht een onderzoek in te stellen naar de behoorlijkheid van een gedraging die aan de
Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning kan
worden toegerekend. Verzoeker stelt – kort samengevat – dat hij tot op heden geen reactie
heeft ontvangen van Uitvoeringsorganisatie Openbare Werken op zijn
klachten omtrent de (riool)water- en stankoverlast aan de (straatnaam), (wijknaam). Verzoeker
stelt in dit verband verder dat er jaren geen structureel onderhoud is verricht door de overheid
aan het waterafvoersysteem. Dit is volgens verzoeker niet behoorlijk.


1.2 De Ombudsman heeft bij brief van 5 september 2025 het verzoekschrift van 19 juni 2025 aan
de Minister van VVRP aangeboden met het verzoek om een inhoudelijke reactie. In dezelfde
brief is de Minister van VVRP uitgenodigd voor een hoorzitting die op 1 oktober 2025 zou
plaatsvinden. Op deze brief heeft de Minister van VVRP niet gereageerd.


1.3 Een digitaal afschrift van de brief van 5 september 2025 van de Ombudsman is per e-mail van
8 september 2025 onder andere naar een medewerker van het Klachtenbureau van het
Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning
verstuurd.


1.4 Bij brief van 5 september 2025 is verzoeker uitgenodigd voor de hoorzitting van 1 oktober 2025.


1.5 Bij e-mail van 26 september 2025 heeft (een medewerker van het Bureau van) de Ombudsman
het Ministerie van VVRP herinnerd aan de hoorzitting en verzocht om de naam van de
vertegenwoordiger van de Minister van VVRP die de hoorzitting zou bijwonen.


1.6 Bij e-mail van 1 oktober 2025, kort voor het plaatsvinden van de hoorzitting, heeft een
medewerker van het Ministerie van VVRP de Ombudsman geïnformeerd dat de klacht van
verzoeker volgens het Ministerie van VVRP reeds was opgelost en dat het Ministerie van VVRP
de hoorzitting daarom niet zou bijwonen.


1.7 Op 1 oktober 2025 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. Verzoeker heeft tijdens de hoorzitting
zijn standpunt nader toegelicht aan de hand van nadere stukken (waaronder video’s en foto’s)
met betrekking tot de situatie van overlast aan de (straatnaam). Bij e-mail van 2 oktober 2025
heeft verzoeker deze stukken formeel ingediend bij de Ombudsman.


1.8 De Voorlopige Bevindingen in deze zaak zijn op 1 december 2025 uitgebracht en op 2 december
2025 naar verzoeker en de Minister van VVRP verstuurd. Zowel verzoeker als de Minister van
VVRP zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren.


1.9 Verzoeker heeft bij e-mail van 11 december 2025 gereageerd op de Voorlopige Bevindingen.
Een reactie zijdens de Minister van VVRP is uitgebleven.

2. De bevindingen
De voor de beoordeling van dit verzoek relevante bevindingen kunnen, kort samengevat, als volgt
worden weergegeven.


2.1 Al jaren ervaren bewoners van de wijk (wijknaam) (riool)water- en stankoverlast. Zij hebben UO
OW hiervoor meerdere keren benaderd. Volgens verzoeker ontbreekt het in de buurt aan
structureel onderhoud en is de riolering ondeugdelijk, omdat deze niet voldoet aan de gestelde
eisen van wijkgroei en hygiëne. Dit heeft volgens verzoeker tevens negatieve gevolgen voor de
waarde van de woningen in de buurt die met deze overlast te maken hebben.


2.2 Verzoeker heeft de Ombudsman in september 2024 benaderd over de hierboven vermelde
kwestie. Deze zaak werd geregistreerd onder nummer 20240531. Deze klacht is afgehandeld
door middel van een interventie. Bij e-mail van 26 november 2024 sloot de Ombudsman deze
zaak, omdat verzoeker had bevestigd dat het Ministerie van VVRP werkzaamheden had verricht
om de overlast in (wijknaam) te verhelpen en dat de problemen op dat moment waren
opgelost.


2.3 Begin 2025 heeft verzoeker de Ombudsman opnieuw benaderd, omdat was gebleken dat de
door UO OW verrichte werkzaamheden toch niet hadden geleid tot een structurele oplossing
van de overlast. De nieuwe klachten die verzoeker in dit verband bij UO OW heeft ingediend,
zijn tot op heden onbeantwoord gebleven.


2.4 Verzoeker heeft in zijn reactie op de Voorlopige Bevindingen aangegeven dat UO OW in
december 2025 werkzaamheden in de wijk heeft verricht. Volgens verzoeker hebben deze
werkzaamheden, gelet op de aard en de omvang van de problematiek, niet geleid tot een
structurele vermindering van de (riool)water- en stankoverlast.


3. Beoordeling
3.1 De Ombudsman stelt allereerst vast dat UO OW verzoeker niet schriftelijk of anderszins heeft
geïnformeerd over de wijze waarop is omgegaan met diens klachten over de (riool)water- en
stankoverlast. Dit gebrek aan terugkoppeling vormt op zich een schending van de
behoorlijkheidsnormen van transparantie en informatievoorziening.


3.2 Dat UO OW in december 2025 werkzaamheden in de wijk heeft verricht, doet aan het
voorgaande niet af. Niet is gebleken op grond van welke afwegingen deze werkzaamheden
zijn uitgevoerd en evenmin is verzoeker hierover geïnformeerd. Ook indien deze
werkzaamheden zijn verricht naar aanleiding van de door verzoeker ingediende klachten,
blijft gelden dat verzoeker daarvan niet op de hoogte is gesteld, waardoor het gebrek aan
transparantie niet is weggenomen.


3.3 Voor de volledigheid merkt de Ombudsman op dat in dit geval inzicht ontbreekt in de
technische en budgettaire afwegingen die ten grondslag liggen aan de door UO OW gekozen
maatregelen. Dit betekent niet dat in redelijkheid van de overheid mag worden verwacht dat
zij iedere vorm van overlast voorkomt, maar wel dat van haar mag worden verlangd dat zij
zich zorgvuldig en planmatig inspant om structurele problemen te adresseren. Zoals de
Ombudsman in dit verband reeds in eerdere rapporten heeft overwogen, mag worden
aangenomen dat UO OW bij uitstek beschikt over de deskundigheid om de gesignaleerde
problematiek te analyseren en aan te pakken (zie onder meer het rapport van 30 december
2024, dossiernummer 20230191). Door het ontbreken van deze inzichtelijke onderbouwing
kan niet worden vastgesteld of de in december 2025 getroffen maatregelen als duurzaam en
toekomstbestendig kunnen worden aangemerkt.


4. Oordeel
Op grond van het voorgaande is het uitblijven van een reactie op de diverse klachten van verzoeker
omtrent de (riool)water- en stankoverlast aan de (straatnaam), (wijknaam), niet behoorlijk. Het verzoek
is dus gegrond.


5. Aanbeveling
De Ombudsman geeft de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning in overweging om
verzoeker binnen zes weken na dagtekening van dit rapport alsnog schriftelijk te informeren over de
wijze waarop zijn diverse klachten zijn behandeld dan wel zullen worden afgehandeld.


Willemstad, 30 december 2025


De Ombudsman van Curaçao,


K.R. Concincion