Uitblijven beslissing Inspectie Volksgezondheid op klacht over arts en SEHOS

Aangepast:

Op 7 november 2022 heeft verzoeker de Ombudsman van Curaçao verzocht om een onderzoek in te stellen naar de behoorlijkheid van een gedraging die aan de Minister van Gezondheid Milieu en Natuur kan worden toegerekend. Verzoeker stelt dat de Inspectie voor de Volksgezondheid nog geen beslissing heeft genomen op een klacht die hij op 7 juli 2021 heeft ingediend over de arts (internist-hematoloog/medisch oncoloog) en over het ziekenhuis Curaçao Medical Center.

Bij brief van 27 januari 2023 heeft de Ombudsman het verzoek van verzoeker aan de Minister van GMN aangeboden met het verzoek om een inhoudelijke reactie. Op deze brief heeft de Minister niet gereageerd.

Bij brieven van 2 maart 2023 en van 2 mei 2023 heeft de Ombudsman de Minister van GMN aan zijn brief van 27 januari 2023 herinnerd. Op deze rappelbrieven heeft de Minister niet gereageerd.

De Voorlopige Bevindingen in deze zaak zijn op 1 augustus 2023 uitgebracht. De Minister van GMN en verzoekster werden verzocht om zich uit te laten over de Voorlopige Bevindingen. Noch de Minister van GMN, noch verzoeker heeft gereageerd op de Voorlopige Bevindingen.

Bij brief van 10 november 2023 heeft de Ombudsman de Minister van GMN – onder andere – herinnerd aan zijn brief van 27 januari 2023.

De bevindingen
De voor de beoordeling van dit verzoek relevante bevindingen kunnen, kort samengevat, als volgt worden weergegeven.

Verzoeker is in het jaar 2012 in het Academic Medical Center (hierna: het AMC) te Amsterdam behandeld voor leukemie. Tijdens deze behandeling zou bij verzoeker een stamceltransplantatie hebben plaatsgevonden. De donor van de stamcel zou echter een zogenoemde G6PD deficiëntie hebben die ook verzoeker daarna heeft opgelopen. Verzoeker stelt echter niet op de hoogte te zijn gebracht van de G6PD deficiëntie van de donor door het AMC. Verzoeker heeft naar aanleiding hiervan een rechtszaak aangespannen tegen het AMC.

De medische behandeling van verzoeker is vanaf 2014 in het Sint Elisabeth Hospitaal (hierna: het Sehos) te Curaçao voortgezet door onder andere de arts.

Verzoeker zou op 9 april 2018 een klacht hebben ingediend bij de klachtencommissie van het SEHOS over de arts. Uit de beschikbare stukken is niet gebleken of het SEHOS een beslissing heeft genomen naar aanleiding van deze klacht.

Verzoeker heeft op 16 mei 2018 een klacht ingediend bij de Inspectie over de wijze waarop de arts het medisch dossier van verzoeker heeft bijgehouden. Verzoeker stelde in zijn klacht dat het dossier onvolledig was. Verzoeker voerde in zijn klacht onder meer aan dat hij, vanwege de onvolledigheid van het medisch dossier, geen bewijs kon vergaren en leveren in de rechtszaak tegen het AMC.

De Inspectie heeft op 17 mei 2018 een brief naar de arts gestuurd met het verzoek om vragen te beantwoorden met betrekking tot de meldingen van verzoeker in oktober/ november 2014.

Uit de thans beschikbare stukken blijkt dat de Inspectie de klacht van verzoeker bij brief van 8 juni 2018 heeft afgehandeld.

Op 7 juli 2021 heeft verzoeker een nieuwe klacht ingediend bij de Inspectie over de arts en over het SEHOS. In deze klacht stelt verzoeker onder meer dat zijn medisch dossier onvolledig was en dat de arts hem tevens op oneigenlijke wijze heeft proberen te beïnvloeden om geen klacht in te dienen over het SEHOS. In zijn klacht geeft verzoeker verder aan dat het SEHOS heeft verzuimd om hem correct en tijdig te informeren over de mogelijkheden om een klacht in te dienen over de arts en dat het SEHOS in het verlengde hiervan ten onrechte heeft nagelaten om maatregelen te nemen tegen de arts als de medisch specialist in zijn geval.

Bij brief gedateerd 9 augustus 2021 heeft de arts op de klacht van 7 juli 2021 van verzoeker gereageerd.

Op 19 januari 2022 heeft de Inspectie de reactie van de arts aan verzoeker aangeboden met het verzoek om daarop binnen 1 week te reageren.

Op 9 februari 2022 heeft verzoeker via e-mail op de brief van de arts gereageerd en heeft hij als bijlage een kopie van de brief van de advocaat van het AMC toegevoegd waarin vermeld staat dat ze alle actuele medische informatie van verzoeker nodig hebben voor de verdere afhandeling van zijn zaak tegen het AMC.

Verzoeker heeft vervolgens op verschillende manieren geprobeerd om in contact te komen met de Inspectie over de verdere afhandeling van zijn klacht, maar tot op heden heeft de Inspectie geen beslissing genomen op deze klacht.

Beoordeling
Op grond van artikel 4.2.b van de Procedure klachtmeldingen over gezondheidszorg door burgers (versie 1 september 2012)1 wordt – voor zover hier relevant – een conceptrapport zo spoedig mogelijk na beëindiging van het nader onderzoek eerst ter kennis gebracht van de zorgaanbieder en vervolgens aan de melder.


Op grond van artikel 4.2.c krijgen degenen aan wie het conceptrapport ter kennis is gebracht de gelegenheid om binnen een redelijke termijn schriftelijk te reageren op de inhoud hiervan.
Op grond van artikel 4.3.a stelt de Inspectie een rapport op zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen twee maanden, na ontvangst van de schriftelijke reacties bedoeld in 4.2.c. Bij ingewikkelde gevallen kan deze periode met nog eens twee maanden worden verlengd. Betrokkenen worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Op de overheid rust de plicht om bij haar handelen de benodigde voortvarendheid te betrachten. Dit betekent dat zij zo snel en slagvaardig mogelijk handelt.

De Ombudsman stelt vast dat meer dan twee jaar en zeven maanden zijn verstreken sinds verzoeker de klacht vermeld onder 2.7 bij de Inspectie heeft ingediend en dat meer dan twee jaar is verstreken sinds verzoeker op de brief van de arts gedateerd 19 januari 2022 heeft gereageerd. In deze periode heeft verzoeker geen conceptrapport van de Inspectie ontvangen. De nog steeds lopende beslistermijn om de klacht van verzoeker van 7 juli 2021 af te handelen is niet redelijk.

Wellicht ten overvloede merkt de Ombudsman op dat voor zover de Inspectie meent dat de brief van de arts gedateerd 9 augustus 2021 aanleiding is om geen nader onderzoek te verrichten, de Inspectie dit – zoals beschreven op pagina 6 van de Procedure klachtmeldingen – schriftelijk en gemotiveerd aan verzoeker dient te informeren.

Oordeel
Op grond van het voorgaande is het uitblijven van een reactie op de klacht van 7 juli 2021 van verzoeker over de arts en over het SEHOS niet behoorlijk. Het verzoek is dus gegrond.

Aanbevelingen
I. De Ombudsman geeft de Minister van GMN – mede ingevolge artikel 2, vierde lid, van de Landsverordening Inspectie voor de Volksgezondheid [P.B. 2016, no. 26] – in overweging om de Inspectie zo spoedig mogelijk te instrueren om de klacht van verzoeker van 7 juli 2021 over de arts en over het SEHOS af te ronden. De Ombudsman acht een termijn van tien weken na dagtekening van dit rapport, een redelijke termijn om het conceptrapport en het eindrapport in deze kwestie af te ronden.

II. De Ombudsman geeft de Minister van GMN in overweging om de medewerkers van de uitvoeringsorganisaties en instanties die onder zijn verantwoordelijkheid vallen de verplichting op te leggen om burgers te voorzien van goede informatieverstrekking over hun lopende zaken.

Willemstad, 26 november 2024
 

De Ombudsman van Curaçao,
 

K.R. Concincion