Klacht politieke partij over beslissing van de Electorale Raad
De politieke partij (partij) heeft op 20 februari 2025 de Ombudsman
verzocht om de behoorlijkheid te onderzoeken van een gedraging van de Electorale Raad
Curaçao . Verzoekster stelt – kort samengevat – dat zij het niet eens is met de
beslissing van 5 februari 2025 van de ERC op haar klacht van 4 februari 2025. In dit verband
voert verzoekster onder meer aan dat de ERC niet is ingegaan op alle door haar aangevoerde
verweren en dat de beslissing op de klacht bovendien te laat is bezorgd. Door de niet-tijdige
aflevering van de beslissing van 5 februari 2025 heeft verzoekster de in die brief
aangekondigde openbare zitting van 7 februari 2025 niet kunnen bijwonen. Volgens
verzoekster heeft de ERC daarmee niet behoorlijk gehandeld.
1.2 Bij brief van 13 maart 2025 heeft de Ombudsman het verzoek van verzoekster aan de ERC
voorgelegd en de ERC verzocht om een inhoudelijke reactie. Deze brief is op dezelfde dag per
e-mail verzonden aan de secretaris van de ERC.
1.3 Op 1 april 2025 heeft de Ombudsman de reactie van de ERC ontvangen, vervat in een brief
van 31 maart 2025.
1.4 De Voorlopige Bevindingen in deze zaak zijn op 19 mei 2025 uitgebracht en toegezonden aan
verzoekster en aan de ERC. Zowel verzoekster als de ERC zijn in de gelegenheid gesteld om
zich hierover uit te laten.
1.5 De ERC en verzoekster hebben niet gereageerd op de Voorlopige Bevindingen.
2. De bevindingen
De voor de beoordeling van dit verzoek relevante bevindingen kunnen, kort samengevat, als volgt
worden weergegeven.
2.1 Op 1 en 2 februari 2025 organiseerde de ERC, ingevolge artikel 16, derde lid, van het
Kiesreglement Curaçao , de ondersteuningsdagen in het kader van
de verkiezingen van 21 maart 2025. Tot deze ondersteuningsdagen werden toegelaten lijsten
van politieke partijen die op de dag van de verkiezingen geen zetels hebben in de Staten van
Curaçao. Om te kunnen deelnemen aan de verkiezingen van 21 maart 2025 diende elke lijst
te worden ondersteund door 848 stemmen.
2.2 Verzoekster was een van de lijsten die voldoende ondersteuning moest verkrijgen om te
kunnen deelnemen aan de verkiezingen van 21 maart 2025. Verzoekster heeft het vereiste
aantal stemmen niet gehaald. De ingediende lijst van verzoekster is om die reden, op grond
van artikel 28 van het Kiesreglement, niet geldig verklaard.
2.3 Op grond van artikel 28, vierde lid, van de Lei di Konseho Supremo Elektoral (P.B. 2020, no.
111) draagt de ERC zorg voor een behoorlijke behandeling van schriftelijke klachten over haar
gedragingen. Op grond van het vijfde lid stelt de ERC daartoe een klachtenregeling vast, die in
de Landscourant wordt bekendgemaakt. Uit de beschikbare informatie (zoals de websites
www.gobiernu.cw en www.kse.cw die op de datum van dit rapport voor het laatst zijn
geraadpleegd) blijkt niet dat de ERC deze klachtenregeling heeft vastgesteld.
2.4 Op 4 februari 2025 heeft verzoekster een klacht ingediend bij de ERC, waarin zij klaagt over
gedragingen die de ERC tijdens de ondersteuningsdagen zou hebben verricht. De klacht omvat
de volgende zes onderdelen:
- de ERC hanteert verschillende lijsten met uiteenlopende totalen van opkomst en
ongeldige stemmen, terwijl het totaal aantal geldige stemmen telkens onveranderd blijft;
- blanco stemmen zijn uitgebracht, terwijl uit de bekendmakingen van de ERC zou blijken
dat er geen blanco stemmen zijn uitgebracht;
- verzoekster heeft officieel minder stemmen toegekend gekregen dan zij daadwerkelijk
heeft behaald;
- op het ondersteuningsbureau Glorieux College zouden zich problemen hebben
voorgedaan waardoor de stemmen niet in het openbaar konden worden geteld, terwijl de
cijfers vanuit dat stembureau relatief snel zijn bekendgemaakt;
- getuigen zouden hebben vastgesteld dat de stembus op de tweede dag bij hetzelfde
stembureau er anders uitzag. Dit zou door de voorzitter van dat stembureau zijn
bevestigd, met als verklaring dat de doos, feitelijk in strijd met artikel 51, tweede lid,
aanhef en onderdeel c, van het Kiesreglement, was geopend om enkele stembiljetten van
de vorige dag toe te voegen;
- bij het stembureau Sentro di Korekshon i Detenshon Kòrsou zou de opkomst zijn
gemanipuleerd, doordat meer mensen hebben gestemd dan officieel is weergegeven,
hetgeen heeft geleid tot een onjuiste weergave van het aantal stemmen dat verzoekster
zou hebben behaald.
2.5 In zijn beslissing van 5 februari 2025 heeft de ERC inhoudelijk gereageerd op de klacht van
verzoekster. De conclusie van de ERC was dat de ondersteuningsdagen zijn verlopen volgens
de wettelijk voorgeschreven procedures en dat de klacht van verzoekster om die reden niet
leidt tot het inwilligen van het verzoek om het resultaat van de ondersteuningsdagen te
herroepen. Verzoekster is het niet eens met deze beslissing en stelt dat de ERC onzorgvuldig
heeft gehandeld.
2.6 Ingevolge artikel 27 van het Kiesreglement heeft de ERC op 7 februari 2025 een openbare
zitting gehouden over de geldigheid van de lijsten en de handhaving van de daarop
voorkomende kandidaten. De dag en het tijdstip van deze zitting zijn door de voorzitter in het
openbaar (ook in de media) bekendgemaakt.
2.7 De zitting van 7 februari 2025 is bijgewoond door verschillende kiezers, politieke partijen en
vertegenwoordigers van de pers. Volgens verzoekster heeft zij deze zitting niet kunnen
bijwonen, omdat zij de brief van 5 februari 2025 pas na afloop van de zitting heeft ontvangen
en zij niet op de hoogte was gesteld van het tijdstip van de zitting.
3. Beoordeling
3.1 De Ombudsman heeft onderzocht of de ERC bij de behandeling van de klacht van verzoekster
heeft gehandeld overeenkomstig de normen van behoorlijkheid. Uit het onderzoek blijkt dat
de ERC de klacht van verzoekster op zorgvuldige wijze heeft behandeld en, mede gelet op de
datum van indiening en de omvang van de klacht, binnen een relatief korte termijn en dus
met de nodige voortvarendheid een gemotiveerde beslissing heeft genomen. De inhoud van
deze beslissing geeft geen blijk van een opvatting of redenering die in strijd is met de normen
van behoorlijkheid die door de Ombudsman worden gehanteerd.
3.2 De Ombudsman stelt verder vast dat, hoewel verzoekster heeft aangevoerd dat zij de
beslissing van de ERC pas na afloop van de openbare zitting van 7 februari 2025 heeft
ontvangen, dit op zichzelf niet betekent dat de ERC onzorgvuldig heeft gehandeld of dat
verzoekster daardoor in haar belangen is geschaad. De omstandigheden genoemd in
randnummer 3.1 van dit rapport, alsmede het feit dat de zitting in voldoende mate openbaar
was aangekondigd en voor iedere belangstellende toegankelijk was, zijn in dit verband
doorslaggevend.
3.3 De Ombudsman stelt wel vast dat de ERC nog geen formele klachtenregeling heeft
vastgesteld, zoals voorgeschreven in artikel 28, vijfde lid, van de Lei di Konseho Supremo
Elektoral. Dit is een belangrijk aandachtspunt dat nauw samenhangt met de
behoorlijkheidsnorm dat bestuursorganen zich aan de wet dienen te houden. Het feit dat uit
de beschikbare informatie niet is gebleken dat dit gebrek in dit concrete geval invloed heeft
gehad op de zorgvuldigheid of de uitkomst van de klachtbehandeling, doet niet af aan de
wettelijke plicht van de ERC om deze regeling vast te stellen en te publiceren. Het voldoen aan
deze verplichting is niet alleen wettelijk voorgeschreven en dus verplicht, maar ook van belang
voor het verdere functioneren van de ERC en voor burgers en organisaties die in de toekomst
concreet willen weten hoe zij een klacht kunnen indienen over de ERC en hoe deze zal worden
afgehandeld.
4. Oordeel
Op grond van het voorgaande is de Ombudsman van oordeel dat de beslissing van 5 februari 2025 van
de Electorale Raad Curaçao behoorlijk is. Het verzoek van verzoekster wordt daarom ongegrond
verklaard.
5. Aanbeveling
De Ombudsman beveelt de Electorale Raad Curaçao aan om binnen zes maanden na dagtekening van
dit rapport een formele klachtenregeling vast te stellen en te publiceren, conform artikel 28, vijfde lid,
van de Lei di Konseho Supremo Elektoral, zodat toekomstige klachten binnen een duidelijk en
transparant kader kunnen worden behandeld.
Willemstad, 31 oktober 2025
De Ombudsman van Curaçao,
K.R. Concincion