Falta di reakshon riba keho i petishon di legalisashon na Ministerio di VVRP

Adaptá riba:

Verzoeker heeft op 6 oktober 2025 een verzoek ingediend bij de Ombudsman tot onderzoek
naar de behoorlijkheid van een gedraging die kan worden toegerekend aan de Minister van
Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning . Verzoeker stelt –
kort samengevat – dat hij nog geen beslissing heeft ontvangen op de klacht van 30 juni 2025
die hij via het klachtenportaal van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning
heeft ingediend. Deze klacht, bij het Ministerie van VVRP
geregistreerd onder nummer (nummer), betreft in hoofdzaak het uitblijven van een beslissing
van Uitvoeringsorganisatie Domeinbeheer op de aanvraag van 1 augustus 2022
(povonummer: nummer) van verzoeker, strekkende tot legalisatie van het gebruik van een
domeinperceel.

Bij brief van 31 oktober 2025 heeft de Ombudsman het verzoekschrift van 6 oktober 2025 aan
de Minister van VVRP toegezonden met het verzoek om een inhoudelijke reactie. Op deze
brief heeft de Minister van VVRP niet gereageerd.


1.3 Bij brieven van 2 december 2025 en 8 januari 2026 heeft de Ombudsman de Minister van
VVRP herinnerd aan zijn brief van 31 oktober 2025. Ook op deze rappelbrieven heeft de
Minister van VVRP niet gereageerd.


1.4 De Voorlopige Bevindingen in deze zaak zijn op 11 februari 2026 uitgebracht. Zowel verzoeker
als de Minister van VVRP zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om binnen de gestelde termijn
schriftelijk te reageren op de inhoud van de bevindingen.


1.5 Binnen de gestelde termijn, noch daarna, is door de Minister van VVRP een reactie op de
Voorlopige Bevindingen ontvangen. Ook van de zijde van verzoeker is geen reactie op de
Voorlopige Bevindingen binnengekomen.


2. De bevindingen
De voor de beoordeling van dit verzoek relevante bevindingen kunnen, kort samengevat, als volgt
worden weergegeven.


2.1 Verzoeker heeft op 1 augustus 2022 bij Uitvoeringsorganisatie Domeinbeheer een aanvraag ingediend tot legalisatie van het gebruik van een
domeinperceel.


2.2 De legalisatieaanvraag strekt tot de omzetting van de huurrechten op een domeinperceel te
Jandoret, nader omschreven als perceel (nummer) naar een recht van erfpacht. Op dit
domeinperceel heeft verzoeker een woonhuis gebouwd.


2.3 Nadat verzoeker de aanvraag om legalisatie had ingediend, heeft hij zich verschillende malen,
zowel in persoon als telefonisch, gewend tot UO Domeinbeheer om te informeren naar de
stand van zaken. Op deze contacten heeft verzoeker, met uitzondering van een tussentijds
bericht van 13 mei 2025, geen reactie ontvangen.


2.4 Toen duidelijk werd dat UO Domeinbeheer verzoeker na 13 mei 2025 niet kon informeren
over het verloop van zijn aanvraag, heeft verzoeker op 30 juni 2025 via het online
klachtenportaal van het Ministerie van VVRP een klacht ingediend over het gebrek aan
voortvarendheid waarmee de aanvraag om legalisatie werd behandeld en over het feit dat hij
geen duidelijkheid kon verkrijgen omtrent het verloop van zijn aanvraag.


2.5 Verzoeker is van mening dat de handelwijze van het Ministerie van VVRP hem financieel
benadeelt, onder meer omdat hij niet in staat is zijn woonhuis te laten taxeren.


2.6 Op zijn klacht van 30 juni 2025 heeft verzoeker tot op heden geen beslissing gekregen.
Verzoeker heeft evenmin een inhoudelijke beslissing ontvangen op zijn verzoek bij
Domeinbeheer, terwijl er geen zicht is geboden op een termijn waarbinnen de legalisatie zou
kunnen worden afgerond.


3. De Beoordeling
3.1 De Ombudsman stelt vast dat de Minister van VVRP gedurende het gehele onderzoek geen
gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid om een standpunt in te nemen of
verweer te voeren. Nu de Minister van VVRP de feiten, zoals weergegeven in hoofdstuk 2,
niet heeft weersproken of ontkend, merkt de Ombudsman deze feiten als vaststaand aan.


3.2 De Ombudsman merkt vervolgens op dat de behandeling van klachten binnen het Ministerie
van VVRP in de praktijk via het klachtenbureau verloopt. Dit bureau verricht in dit kader
administratieve en coördinerende werkzaamheden en fungeert als aanspreekpunt voor
burgers. Het klachtenbureau is niet zelfstandig bevoegd om een inhoudelijke beslissing te
nemen op een klacht. De bevoegdheid om tijdig en behoorlijk op klachten van burgers te
beslissen, berust dan ook bij de Minister van VVRP. Het feit dat het klachtenbureau valt
onder de directe ambtelijke aansturing van de Secretaris-Generaal van het Ministerie van
VVRP, maakt dit niet anders.


3.3 De Ombudsman stelt in het verlengde van het voorgaande vast dat verzoeker na bijna negen
maanden nog steeds geen (inhoudelijke) beslissing heeft ontvangen op zijn klacht. Deze
langdurige beslistermijn is niet redelijk en daarom in strijd met de behoorlijkheidsnorm dat
de overheid bij haar besluitvorming de vereiste voortvarendheid dient te betrachten.


3.4 Door na te laten om een beslissing te nemen op de klacht, heeft het bestuursorgaan verder
niet gehandeld in overeenstemming met de behoorlijkheidsnorm dat de overheid in haar
handelen open en duidelijk dient te zijn. Dit betekent dat de overheid een transparante
houding heeft en de burger voorziet van goede informatie. Door het uitblijven van een
dergelijke beslissing verkeert verzoeker in een staat van voortdurende onzekerheid over de
status van zijn klacht en uiteindelijk ook over de status van zijn legalisatieverzoek.


3.5 De Ombudsman merkt voor de volledigheid tot slot op dat de Minister van VVRP, ondanks
herhaalde verzoeken, geen enkele reactie heeft gegeven op de diverse brieven van de
Ombudsman. Een dergelijke handelwijze is niet in overeenstemming met de verplichting
van bestuursorganen om medewerking te verlenen aan een onderzoek van de Ombudsman.


4. Oordeel
Op grond van het voorgaande is het uitblijven van een beslissing op de klacht van 30 juni 2025
– een gedraging die aan de Minister van VVRP kan worden toegerekend – niet behoorlijk. Het
verzoek is dus gegrond.


5. Aanbeveling
De Ombudsman geeft de Minister van VVRP in overweging om binnen een termijn van acht
weken na dagtekening van dit rapport een gemotiveerde beslissing te doen nemen op de
klacht van verzoeker.


Willemstad, 20 maart 2026


De Ombudsman van Curaçao,


K.R. Concincion