Uitblijven reactie van de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning op klachten Burger
Verzoeker heeft de Ombudsman bij verzoekschrift van 31 maart 2023, door de Ombudsman
ontvangen op 10 mei 2023, verzocht om de behoorlijkheid te onderzoeken van een gedraging
van de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning .
Verzoeker stelt – kort samengevat – dat hij tot op heden geen reactie heeft ontvangen van de
Minister van VVRP op zijn brief van 23 december 2022. In die brief klaagt hij over aanzienlijke
belemmeringen bij de toegang tot zijn woning, ontstaan door werkzaamheden in de omgeving
ter uitvoering van de plaatsing van zogenoemde community mailboxes. Volgens verzoeker
vormt het uitblijven van een reactie van de Minister van VVRP daarop een onbehoorlijke
handelwijze.
Bij brief van 31 juli 2023 heeft de Ombudsman het verzoekschrift van 31 maart 2023 aan de
Minister van VVRP aangeboden voor een inhoudelijke reactie. Op deze brief heeft de Minister
van VVRP niet gereageerd.
Bij brieven van 8 januari 2025 zijn verzoeker en de Minister van VVRP uitgenodigd voor een
hoorzitting op 5 februari 2025.
Op 28 januari 2025 heeft de gemachtigde van verzoeker om uitstel van de hoorzitting verzocht.
Naar aanleiding van het bovenvermelde uitstelverzoek heeft de Ombudsman, na overleg met
de vertegenwoordiger van de Minister van VVRP, beide partijen per e-mail geïnformeerd dat
het verzoek is ingewilligd en dat de hoorzitting zal plaatsvinden op 12 februari 2025.
Op 12 februari 2025 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. Aan deze hoorzitting hebben
verzoeker en zijn gemachtigde, en een vertegenwoordiger van de Minister van VVRP
deelgenomen.
Bij e-mail van 24 februari 2025 heeft (een medewerker van het Bureau van) de Ombudsman de
tijdens de hoorzitting gemaakte afspraken bevestigd aan zowel verzoeker als de Minister van
VVRP.
Bij e-mail van 17 maart 2025 heeft (een medewerker van het Bureau van) de Ombudsman de
Minister van VVRP verzocht om informatie over de stand van zaken in deze kwestie.
Op 22 mei 2025 heeft (een medewerker van het Bureau van) de Ombudsman telefonisch
contact opgenomen met de vertegenwoordiger van de Minister van VVRP om te vernemen
naar de stand van zaken in deze kwestie. De vertegenwoordiger van de Minister van VVRP gaf
aan dat zij intern bij Uitvoeringsorganisatie Openbare Werken te zullen nagaan
wat de stand van zaken is.
De Voorlopige Bevindingen in deze zaak zijn op 4 juni 2025 uitgebracht en toegezonden aan
verzoeker en aan de Minister van VVRP. Zowel verzoeker als de Minister van VVRP zijn in de
gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten.
Verzoeker heeft bij e-mail van 23 juni 2025 de Ombudsman geïnformeerd dat hij geen
commentaar op de Voorlopige Bevindingen heeft. De Minister van VVRP heeft niet gereageerd.
2. De bevindingen
De voor de beoordeling van dit verzoek relevante bevindingen kunnen, kort samengevat, als volgt
worden weergegeven.
2.1 Verzoeker woont aan de (adres).
2.2 Bij brief van 23 december 2022 aan de Minister van VVRP heeft verzoeker geklaagd over
aanzienlijke belemmeringen bij de toegang tot zijn woning, als gevolg van werkzaamheden in
de (straatnaam) die zijn uitgevoerd ter voorbereiding van de plaatsing van zogenoemde
community mailboxes. Daarbij is onder meer een fundering aangelegd. In deze brief heeft
verzoeker de Minister van VVRP verzocht medewerking te verlenen aan de verwijdering van
deze fundering.
2.3 Tijdens de hoorzitting van 12 februari 2025 heeft de vertegenwoordiger van de Minister van
VVRP de Ombudsman geïnformeerd dat de sloop van de aangebrachte fundering aan de
(straatnaam) op korte termijn kan worden uitgevoerd door het Ministerie van Verkeer, Vervoer
en Ruimtelijke Planning , UO OW. Afgesproken werd dat
verzoeker en de Ombudsman uiterlijk op 7 maart 2025 schriftelijk zouden worden
geïnformeerd over de uitvoering van de geplande sloop. Indien deze termijn niet zou worden
gehaald, zou het Ministerie van VVRP verzoeker en de Ombudsman hiervan per e-mail op de
hoogte stellen.
2.4 Tot op heden hebben zowel verzoeker als de Ombudsman de afgesproken schriftelijke reactie
van de Minister van VVRP niet ontvangen.
2.5 De brief van 23 december 2022 van verzoeker is eveneens tot op heden niet beantwoord.
3. Beoordeling
3.1 De Ombudsman stelt allereerst vast dat verzoeker – bijna drie jaar na het indienen van zijn
brief van 23 december 2022 – nog steeds geen schriftelijke reactie heeft ontvangen van de
Minister van VVRP. Deze langdurige beslistermijn is niet redelijk en daarom in strijd met de
norm dat de overheid bij haar besluitvorming de vereiste voortvarendheid dient te
betrachten. Dit klemt temeer nu in deze procedure is vastgesteld dat de sloop van de
aangebrachte fundering aan de (straatnaam) op relatief korte termijn kon worden uitgevoerd
door het Ministerie van VVRP.
3.2 Voorts heeft de overheid nagelaten verzoeker tussentijds te informeren over de stand van
zaken met betrekking tot zijn brief. Deze handelwijze is in strijd met de norm dat de overheid
transparant dient te handelen en burgers tijdig inzicht behoort te verschaffen in haar
besluiten en processen. Het moet voor de burger duidelijk zijn waarom de overheid bepaalde
handelingen (niet) verricht.
3.3 Ten slotte merkt de Ombudsman op dat de Minister van VVRP de tijdens de hoorzitting van
12 februari 2025 gemaakte afspraken niet is nagekomen. De hiervoor gegeven uitleg – de
beperkte beschikbaarheid van de desbetreffende medewerkers – is, wat daarvan ook zij,
onvoldoende om te rechtvaardigen dat de overheid er niet voor heeft gezorgd dat de
gemaakte afspraken alsnog, eventueel op een andere wijze, konden worden nagekomen.
Deze handelwijze is in strijd met de norm dat de overheid op betrouwbare wijze dient te
handelen. Het spreekt voor zich dat het niet naleven van afspraken afbreuk doet aan het
vertrouwen dat de burger in de overheid behoort te kunnen stellen.
4. Oordeel
Op grond van het voorgaande concludeert de Ombudsman dat het uitblijven van een reactie door de
Minister van VVRP op de brief van 23 december 2022 van verzoeker niet behoorlijk is. Het verzoek is
dus gegrond.
5. Aanbevelingen
I. De Ombudsman geeft de Minister van VVRP in overweging om alsnog schriftelijk te
reageren op de brief van 23 december 2022 van verzoeker. Mede gelet op het feit dat in
dit geval reeds enig onderzoek is verricht door het Ministerie van VVRP, acht de
Ombudsman een termijn van vier weken na dagtekening van dit rapport redelijk om deze
zaak af te ronden.
II. De Ombudsman geeft de Minister van VVRP voorts in overweging om uitvoering te geven
aan de tijdens de hoorzitting van 12 februari 2025 gedane toezegging dat de aangebrachte
fundering aan de (straatnaam) zal worden verwijderd, teneinde de belemmering in de
toegang tot het perceel van verzoeker op te heffen.
III. De Ombudsman beveelt de Minister van VVRP daarnaast aan om de medewerkers van de
uitvoeringsorganisaties en instanties die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, de
verplichting op te leggen om burgers tijdig en adequaat te informeren over de voortgang
van hun lopende zaken.
Willemstad, 12 november 2025
De Ombudsman van Curaçao,
K.R. Concincion