Uitblijven beslissing op handhavingsverzoek illegale bouwwerkzaamheden – Minister van VVRP
Verzoeker heeft de Ombudsman van Curaçao op 21 maart 2024 verzocht om de behoorlijkheid van een gedraging die toegerekend kan worden aan de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning te onderzoeken. Verzoeker stelt dat Uitvoeringsorganisatie Ruimtelijke Ordening en Planning niet heeft gereageerd op zijn verzoek van 11 april 2023 met betrekking tot illegale bouwwerkzaamheden aan XXXXXX YY.
Op 11 april 2024 heeft (een medewerker van het Bureau van) de Ombudsman in het kader van een interventie een e-mail gestuurd naar de directeur van UO ROP met het digitale afschrift van het verzoekschrift en hem verzocht om zijn medewerking. Een reactie op deze e-mail is uitgebleven.
Op 15 april 2024 heeft (een medewerker van het Bureau van) de Ombudsman geprobeerd telefonisch contact te leggen met een medewerker van de UO ROP, maar er werd niet opgenomen.
Op 14 mei 2024 hebben twee medewerkers van het Bureau van de Ombudsman een persoonlijk bezoek gebracht aan UO ROP om te informeren naar de stand van zaken met betrekking tot het verzoek van verzoeker.
Toen duidelijk werd dat de interventie van de Ombudsman bij de UO ROP niet succesvol is geweest, heeft de Ombudsman bij brief van 31 mei 2024 het verzoekschrift van 9 april 2024 aan de Minister van VVRP formeel aangeboden voor een inhoudelijke reactie. Op deze brief heeft de Minister van VVRP niet gereageerd.
Bij brieven van 3 juli 2024 en 21 augustus 2024 heeft de Ombudsman de Minister van VVRP aan zijn brief van 31 mei 2024 herinnerd. Op deze rappelbrieven heeft de Minister van VVRP niet gereageerd.
De Voorlopige Bevindingen in deze zaak zijn op 18 september 2024 uitgebracht. De Minister van VVRP en verzoeker zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de Voorlopige Bevindingen. De Minister van VVRP noch verzoeker heeft gereageerd op de Voorlopige Bevindingen.
Bij brief van 18 september 2024 heeft de Ombudsman de Minister van VVRP en verzoeker uitgenodigd voor een hoorzitting die op 18 oktober 2024 om 15:30 ten kantore van de Ombudsman zou plaatsvinden.
Op 16 oktober 2024 heeft een jurist die werkzaam is bij het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning de Ombudsman telefonisch geïnformeerd dat het Ministerie van VVRP verhinderd is op het tijdstip van de hoorzitting.
Desgevraagd heeft de Ombudsman (na telefonisch overleg met verzoeker) de hoorzitting vervroegd naar 10:30.
Bij e-mail van 17 oktober 2024 heeft de hierboven genoemde jurist de Ombudsman geïnformeerd dat er geen vertegenwoordigers van het Ministerie van VVRP tijdens de hoorzitting aanwezig zullen zijn. De afdeling Handhaving heeft de desbetreffende locatie bezocht en is bezig met het opstellen van een rapport. Op 21 oktober 2024 zal de Ombudsman nader bericht krijgen over de stand van zaken in deze kwestie.
Op 21 oktober 2024 heeft (een medewerker van) de Ombudsman geprobeerd telefonisch contact te krijgen met de jurist van het Ministerie van VVRP, maar er werd niet opgenomen.
Op 22 oktober 2024 heeft (een medewerker van) de Ombudsman wederom contact opgenomen met de jurist van het Ministerie van VVRP. Zij gaf aan dat de Ombudsman op 23 oktober 2024 nader bericht zal krijgen over de stand van zaken.
Bij e-mail van 25 oktober 2024 heeft de jurist van het Ministerie van VVRP (een medewerker van) de Ombudsman geïnformeerd dat de afdeling Handhaving nog bezig is met deze zaak en dat het onderzoek nog een week zal duren.
De bevindingen
De voor de beoordeling van dit verzoek relevante bevindingen kunnen, kort samengevat, als volgt worden weergegeven.
Verzoeker woont op het adres XXXXXX ZZ. Omstreeks april van het jaar 2023 heeft verzoeker geconstateerd dat er bouwwerkzaamheden plaatsvonden op het perceel grenzend aan zijn perceel (XXXXXX YY). Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker op 6 april 2023 de registers van het Ministerie van VVRP geraadpleegd om na te gaan of dit ministerie een bouwvergunning had afgegeven voor de door hem waargenomen bouwwerkzaamheden.
Toen bleek dat de bouwwerkzaamheden plaatsvonden zonder de vereiste bouwvergunning, heeft verzoeker bij brief van 11 april 2023 die bij per e-mail heeft verstuurd, een handhavingsverzoek ingediend bij UO ROP. Verzoeker heeft onder meer aangevoerd dat de illegale bouwactiviteiten in strijd waren met de voorgeschreven bouwvoorschriften met betrekking tot de gemeenschappelijke grensmuur. Op deze e-mail heeft verzoeker geen reactie ontvangen.
Verzoeker heeft vervolgens meerdere malen (onder meer via het klachtenportaal van het Ministerie van VVRP) per e-mails van 23 juni 2023, 3 juli 2023 en 2 augustus 2023 geklaagd over het feit dat hij geen reactie van UO ROP had ontvangen. Op deze e-mails heeft verzoeker geen reactie gekregen.
Verzoeker heeft ook herhaaldelijk geprobeerd om telefonisch via UO ROP nadere informatie te verkrijgen over de stand van zaken, maar de telefoon werd niet opgenomen.
Verzoeker heeft verder, zoals uit de beschikbare stukken vooralsnog blijkt, geen rechtsmiddel aangewend tegen het uitblijven van een reactie van de overheid op zijn handhavingsverzoek. Uit de beschikbare informatie blijkt evenmin dat verzoeker rechtstreeks juridische stappen heeft ondernomen tegen de personen die zich vermoedelijk schuldig maken aan de door hem gesignaleerde illegale bouwactiviteiten.
Vooralsnog staat vast dat verzoeker geen reactie heeft ontvangen op zijn handhavingsverzoek en op de later ingediende klachten dan wel herinneringen.
Beoordeling
De Ombudsman stelt allereerst vast dat verzoeker - meer dan een jaar en zeven maanden na het indienen van het handhavingsverzoek van 11 april 2023 - nog geen beslissing heeft ontvangen van de overheid. Deze nog steeds lopende beslistermijn is niet redelijk en is daarom in strijd met het beginsel dat de overheid de benodigde voortvarendheid dient te betrachten bij haar besluitvorming. Voor de volledigheid wijst de Ombudsman in dit verband op een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 25 september 2024 (ECLI:NL:OGEAC:2024:177) waarin voor handhavingsverzoeken een beslistermijn van - in ieder geval - zeven maanden is aangehouden.
Uit het verloop van het onderhavige verzoek is verder onweersproken komen vast te staan dat de overheid heeft geweigerd met verzoeker te communiceren over het verloop van zijn handhavingsverzoek. Het feit dat, zoals uit randnummer 1.13 van dit rapport blijkt de overheid het handhavingsverzoek van verzoeker nog in behandeling heeft, maakt dit niet anders. Deze handelwijze van de overheid is in strijd met het beginsel dat de overheid open en duidelijk is in haar optreden. Het moet voor de burger duidelijk zijn waarom de overheid bepaalde handelingen (niet) verricht. Een goede informatieverstrekking door de overheid, gevraagd of ongevraagd, is in dit kader essentieel.
Oordeel
Op grond van het voorgaande is het uitblijven van een reactie op het handhavingsverzoek van 11 april 2023 van verzoeker niet behoorlijk. Het verzoek is dus gegrond.
Aanbevelingen
I. De Ombudsman geeft de Minister van VVRP in overweging om alsnog een beslissing te nemen op het handhavingsverzoek van 11 april 2023 van verzoeker. De Ombudsman acht - mede gezien het feit dat het onderzoek van de UO ROP in afrondende fase verkeert - een termijn van vier weken na dagtekening van dit rapport een redelijke termijn om deze zaak af te ronden.
II. De Ombudsman geeft de Minister van VVRP in overweging om de medewerkers van de uitvoeringsorganisaties en instanties die onder zijn verantwoordelijkheid vallen de verplichting
op te leggen om burgers (tijdig) te voorzien van goede informatieverstrekking over hun lopende zaken.
Willemstad, 1 november 2024
De Ombudsman van Curaçao,
K.R. Concincion